Brugklas

De overgang van basisschool naar voortgezet onderwijs is voor de meeste kinderen een grote stap. Brugklassers krijgen veel nieuwe indrukken te verwerken. Ze moeten vaak een eind fietsen, krijgen meerdere vakken met verschillende leraren, ontmoeten nieuwe klasgenoten, en krijgen, soms voor het eerst, huiswerk. Niet ieder kind is in staat om zelfstandig het huiswerk op te pakken en heeft daarom extra begeleiding bij het "leren-leren" nodig. Het is verstandig om gelijk aan het begin van de middelbare schoolperiode de juiste gewoonten en vaardigheden met betrekking tot leren te ontwikkelen, want eenmaal foutief aangeleerde gewoonten zijn hardnekkig en moeilijk af te leren.

De brugklastraining wordt in de eerste periode van het schooljaar, van september tot aan de herfstvakantie, gegeven. In 8 weken kan de leerling gedurende 1 uur per week in een klein groepje of individueel zijn kennis opfrissen van basisonderwerpen van taal en rekenen zoals ontleden, spelling, breuken en procenten. Daarnaast wordt aandacht besteed aan het ontwikkelen van studievaardigheden en studiegewoonten zoals het herhalend leren van vreemde talen en het maken van samenvattingen.